Doorbraak voor offshore windenergie: regering keurt vernieuwd kader voor PEZ 1 goed

De federale regering heeft vandaag op voorstel van minister van Energie Mathieu Bihet een belangrijke doorbraak bereikt voor de verdere ontwikkeling van offshore windenergie in de Belgische Noordzee. De ministerraad keurde het vernieuwde regelgevende kader goed voor de herlancering van de tender voor de eerste kavel van de Prinses Elisabethzone (PEZ 1) en legde tegelijk de uiterste datum vast waarop de eerste fase van het energie-eiland (MOG II) operationeel moet zijn. Daarmee worden twee essentiële onderdelen van het juridische kader versterkt en kan de voorbereiding van de nieuwe aanbestedingsprocedure de volgende fase ingaan. 
 

Voor minister Bihet bevestigt deze beslissing dat de keuze om de vorige procedure stop te zetten noodzakelijk en verantwoord was. 

"Een jaar geleden hebben we een moeilijke maar noodzakelijke beslissing genomen. We kozen niet voor snelheid om de snelheid, maar voor een tender die juridisch standhoudt, investeerders vertrouwen geeft en de consument beschermt. Vandaag ligt dat nieuwe kader er. Het offshoredossier staat opnieuw op een solide fundament." zegt federaal minister van Energie Mathieu Bihet. 

 

Van een onvolledig naar een robuust kader 

De vorige tender werd begin juli 2025 stopgezet omdat de noodzakelijke randvoorwaarden voor de realisatie van het project nog niet vervuld waren. Er bestonden onzekerheden over het steunregime en de staatssteunprocedure, de timing van het Prinses Elisabetheiland (Modular Offshore Grid II) en de realisatie van de noodzakelijke netversterkingen op land. 

De regering koos daarom voor een grondige herwerking in plaats van een juridisch en financieel risicovolle procedure voort te zetten. Die keuze vergde tijd, maar zorgt ervoor dat België vandaag over een juridisch robuust, uitvoerbaar en investeringsvriendelijk kader beschikt. De voorbije maanden werden voorstellen en adviezen gevraagd aan de CREG, de federale energieregulator. Het nieuwe kader, vervat in het koninklijk besluit (KB) ‘Tender’, bouwt onder meer voort op het voorstel van de CREG van 2 april en haar advies van 28 mei 2026. 

 

Een eenvoudigere en meer competitieve tender 

Het wijzigingsbesluit van het KB Tender vereenvoudigt en moderniseert de aanbestedingsprocedure op verschillende essentiële punten. 
 

  • De maximale bouwtermijn wordt verlengd van 4 naar 5 jaar.  

Daarmee wordt rekening gehouden met de marktsignalen over de sterk bevraagde toeleveringsketen en met het seizoensgebonden heiverbod op zee. De sector krijgt zo een realistische termijn om het windpark daadwerkelijk te bouwen, zonder afbreuk te doen aan de noodzakelijke uitvoeringszekerheid. 
 

  • Het prijsplafond wordt geschrapt.  

Een vooraf opgelegde bovengrens kon potentiële kandidaten afschrikken en de concurrentie beperken. Door de prijs via de biedingen te laten bepalen, ontstaat een transparanter en meer marktconform kader. De inschrijver die de laagste strike price biedt, wordt als eerste gerangschikt. 
 

  • Eén uniform steunmechanisme via een two-sided CfD 

Het vernieuwde kader kiest voor één uniform ondersteuningsmechanisme via een two-sided Contract for Difference, of CfD. 

De kandidaten dienen een bod in met een strike price. Wanneer de marktprijs onder die referentieprijs ligt, ontvangt de producent het verschil. Wanneer de marktprijs hoger ligt, vloeit het verschil terug naar de overheid. Zo krijgen investeerders de noodzakelijke inkomstenzekerheid, terwijl de overheid wordt beschermd tegen buitensporige winsten. 
 

  • Het afzonderlijke steunregime met een carve-out voor vasteprijs-PPA’s wordt geschrapt.  

Er wordt afgestapt van twee parallelle steunregimes. Voortaan gelden voor alle kandidaten dezelfde concurrentievoorwaarden. Dat maakt de procedure transparanter, eenvoudiger en minder vatbaar voor bijkomende maatschappelijke kosten. 

De schrapping van de carve-out verhindert de toekomstige concessiehouder niet om PPA’s af te sluiten. De geproduceerde elektriciteit kan nog steeds via stroomafnameovereenkomsten aan industriële of andere afnemers worden verkocht. 
 

  • Burgerparticipatie blijft mogelijk, maar is niet langer verplicht 

Burgerparticipatie wordt niet langer als verplicht ontvankelijkheids- of toekenningscriterium opgenomen. Kandidaten kunnen nog steeds vrijwillig burgers of coöperaties bij hun project betrekken, maar de overheid legt niet langer één specifiek model op. 

Een verplichte participatiestructuur kan immers bijkomende juridische, administratieve en financieringskosten veroorzaken. Die kosten kunnen worden verwerkt in de gevraagde strike price en dus ook in het steunbudget. Bovendien kan een dergelijke verplichting kandidaten afschrikken, de concurrentie beperken en leiden tot een onevenwichtige risicoverdeling ten nadele van deelnemende burgers. 

Door de verplichting te schrappen, kiest de regering voor een eenvoudiger kader waarin prijs, uitvoerbaarheid en investeringszekerheid centraal staan, terwijl vrijwillige burgerparticipatie mogelijk blijft. 
 

  • Europese normen voor veerkracht, veiligheid en duurzaamheid 

Voor het eerst wordt de tender volledig afgestemd op de Europese Net Zero Industry Act (NZIA). Er worden bindende voorselectiecriteria ingevoerd inzake cyberveiligheid, maatschappelijk verantwoord ondernemen, milieuduurzaamheid en de veerkracht van de Europese toeleveringsketens. 

Minstens 75 procent van de turbines in het project mag niet in China zijn vervaardigd of geassembleerd. Voor die turbines mogen maximaal vier kritieke componenten van Chinese oorsprong zijn of in China zijn geassembleerd. Daarnaast mag maximaal 85 procent van de gebruikte permanente magneten afkomstig zijn uit China. 

Deze voorwaarden vloeien voort uit het Europese NZIA-kader en moeten de afhankelijkheid van één buitenlandse leverancier verminderen, de veiligheid van strategische energie-infrastructuur verhogen en de Europese industriële waardeketen versterken. 
 

  • Ook verschillende administratieve en financiële verplichtingen worden vereenvoudigd.  

Zo moeten bindende verzekeringsvoorstellen en bepaalde financiële garanties niet langer door elke kandidaat bij de inschrijving worden voorgelegd, maar enkel door de geselecteerde inschrijver. Daardoor worden onnodige drempels voor deelname weggewerkt, zonder de belangen van de overheid te verzwakken. 

 

Lagere risico’s voor de overheid en de consument 

De wijzigingen moeten niet alleen leiden tot een juridisch robuuster kader, maar ook tot een lagere kost voor de overheid en uiteindelijk voor de elektriciteitsverbruiker. 

Door het verplichte criterium van burgerparticipatie te schrappen, één uniform CfD-mechanisme toe te passen en het prijsplafond weg te nemen, wordt de procedure eenvoudiger en voorspelbaarder. Dat verlaagt de onzekerheid voor inschrijvers en kan leiden tot lagere risicopremies en competitievere biedingen. 

Een helder juridisch kader verkleint bovendien de kans op vertragingen, juridische betwistingen en bijkomende procedures. Dat beperkt niet alleen de risico’s voor de overheid, maar ook de potentiële kosten voor de elektriciteitsverbruiker. 

“Een goede tender is niet noodzakelijk de tender met de meeste regels, maar wel degene die echte concurrentie mogelijk maakt en tegelijk de overheid en de consument beschermt. Elke euro onzekerheid wordt uiteindelijk doorgerekend. Met dit kader nemen we die onzekerheid maximaal weg,” aldus minister Bihet. 

 

Uiterste datum voor de indienststelling van het energie-eiland vastgesteld 

Naast het wijzigingsbesluit van het KB Tender keurde de ministerraad ook het KB MOG II Timing goed. Dat legt de uiterste datum voor de indienststelling van de eerste fase van het energie-eiland (MOG II) vast op 1 oktober 2031. 

Die datum is gebaseerd op de planning van Elia. De regering kiest bewust voor een parallelle ontwikkeling van de netinfrastructuur en de tender voor PEZ 1. Zo gaan de uitbouw van de offshorecapaciteit en de noodzakelijke netversterkingen hand in hand, zonder kostbare tijd te verliezen. Wachten tot de volledige netaansluiting gerealiseerd is alvorens de tender te lanceren, zou immers tot bijkomend uitstel leiden. 

De datum van 1 oktober 2031 vermindert tegelijk het risico dat vergoedingen wegens laattijdige indienststelling via de nettarieven ten laste van de elektriciteitsverbruiker zouden vallen. Rekening houdend met de maximale bouwtermijn van vijf jaar, blijft een tijdige aansluiting van het eerste windpark mogelijk. 

Het KB volgt het voorstel van de CREG van 4 juni 2026 en het voorafgaande overleg tussen de CREG en Elia op 12 en 19 mei. 

 

De Noordzee als strategische troef 

Met deze beslissingen bevestigt de federale regering haar ambitie om België ook de komende decennia tot de Europese koplopers in offshore windenergie te laten behoren. De Noordzee blijft één van de grootste strategische troeven van ons land. Offshore windenergie versterkt onze energie-onafhankelijkheid, verhoogt onze bevoorradingszekerheid, helpt de elektriciteitsfactuur onder controle te houden en ondersteunt de verduurzaming én de competitiviteit van onze industrie. 

"Offshore windenergie is geen ideologisch project, maar een strategische investering in onze energiezekerheid, onze industrie en onze economie. Met dit vernieuwde kader maken we de weg vrij voor nieuwe investeringen in de Noordzee, met duidelijke regels, maximale concurrentie en een betere bescherming van de belastingbetaler en de elektriciteitsverbruiker. Zo zetten we België opnieuw op koers als Europese voortrekker in offshore windenergie." besluit minister Bihet. 

 

Volgende stappen 

Het wijzigingsbesluit van het KB Tender wordt nu: 

  • Voor advies voorgelegd aan de Raad van State. 

  • Officieel aangemeld bij de Europese Commissie in het kader van de staatssteunregels. 

Wanneer deze stappen zijn afgerond, kan het koninklijk besluit definitief worden vastgesteld en kan de tender voor PEZ 1 zo snel mogelijk opnieuw in de markt worden gezet.