België bevestigt in Parijs opnieuw zijn nieuwe nucleaire koers

Ter gelegenheid van een reis naar Parijs heeft federaal minister van Energie Mathieu Bihet deelgenomen aan de gesprekken over de toekomst van kernenergie en de Europese uitdagingen op het vlak van energie.

Tijdens de ministeriële conferentie georganiseerd door het Agentschap voor Kernenergie (NEA) van de OESO, heeft de minister met name deelgenomen aan de eerste plenaire sessie over de voorwaarden die nodig zijn voor de ontwikkeling van nieuwe nucleaire projecten. Samen met meerdere ministers en verantwoordelijken uit de sector heeft hij de nieuwe koers van België geschetst en de voorwaarden die nodig zijn voor de uitvoering daarvan. Tijdens het “ministeriële” panel georganiseerd door het @NEA benadrukte directeur-generaal William D. Magwood de snelheid waarmee het nucleair beleid in België is veranderd.


 

Een nieuwe Belgische koers op het vlak van kernenergie

Nadat België zich meer dan twintig jaar heeft toegelegd op de organisatie van de kernuitstap, heeft het land zijn koers gewijzigd.

Deze evolutie vormt een antwoord op de realiteit inzake energie: de vraag naar elektriciteit zal naar verwachting toenemen, met name door de elektrificatie, de industriële groei, de digitalisering en artificiële intelligentie. In die context moet België kunnen rekenen op betrouwbare, competitieve en koolstofarme productiecapaciteiten.

Deze nieuwe koers werd al omgezet in concrete beslissingen. België heeft de levensduur van de reactoren Doel 4 en Tihange 3 verlengd en heeft in 2025 het wettelijk kader voor de kernuitstap geschrapt, evenals het verbod op de bouw van nieuwe centrales.

België beschikt nu over het nodige kader om de ontwikkeling van nieuwe nucleaire capaciteit op lange termijn te overwegen.


 

De fundamenten van een sector opnieuw opbouwen

De nucleaire heropleving steunt echter niet alleen op de bouw van nieuwe reactoren. Zij vereist dat geleidelijk opnieuw de voorwaarden worden gecreëerd die de sector in staat stellen zich duurzaam te ontwikkelen.

Dat vereist met name het behoud en de ontwikkeling van competenties, de opleiding van ingenieurs, technici en gespecialiseerde professionals, evenals het vermogen van de Belgische industrie om deel te nemen aan toekomstige projecten.

Het Aurora-project kadert eveneens in deze nieuwe aanpak. Het is erop gericht de controle over de strategische nucleaire belangen van België te versterken en de nodige capaciteit te behouden voor de toekomstige ontwikkeling van de sector.


 

Een Europese dynamiek

Tijdens de gesprekken in Parijs werd eveneens een realiteit duidelijk: de ontwikkeling van nieuwe nucleaire capaciteit overstijgt de nationale grenzen.

Nucleaire projecten vergen aanzienlijke investeringen, solide toeleveringsketens, beschikbare competenties en regelgevende kaders die het mogelijk maken projecten op lange termijn uit te voeren. De conferentie van het NEA brengt daartoe vertegenwoordigers samen van meer dan 30 landen en leidinggevenden van talrijke ondernemingen uit de sector om rond deze verschillende uitdagingen te werken. 

Voor België vormt deze dynamiek ook een opportuniteit om zijn expertise te valoriseren en zijn samenwerking met zijn Europese en internationale partners te versterken.

België wil op die manier ten volle deelnemen aan de heropleving van kernenergie in Europa, met een aanpak die gebaseerd is op bevoorradingszekerheid, competitiviteit, decarbonisatie en herindustrialisering.